De natuur is altijd op zoek naar evenwicht. Van nature. Als je natuur terugbrengt op een plak waar de natuur lang afwezig is, kan dat even duren. Soms helpen wij de natuur daar een handje mee. Met meer natuur.
Je zou het niet zeggen, maar het zwart-oranje gepantserde beest op de foto is een lieveheersbeestje. Voor z’n metamorfose, welteverstaan. Wat de rups is van de vlinder, is dit afschrikwekkende monstertje van dat lieve rode beestje met die schattige zwarte stippen dat wij als lieveheersbeestje kennen.
Officieel heten ze larven, Caroline(projectmanager beplanting) noemt ze liever tiener lieveheersbeestjes. En tiener lieveheersbeestjes zijn van groot nut, want ze doen zich graag tegoed aan bladluizen. (Volwassen lieveheersbeestjes ook trouwens.)
Op Roeterseilandcampus, waar we deze foto hebben gemaakt, staat de terugkeer van de biodiversiteit centraal. Samen met de Universiteit van Amsterdam en Heijmans houden we nauwgezet bij hoe het daarmee gaat. Zoals in deze LinkedIn-post beschreven zijn de eerste resultaten vrij spectaculair: na oplevering bleek de insectenpopulatie binnen zes maanden met minimaal 54% gestegen en op sommige plekken zelfs meer dan verdrievoudigd.
Binnenkort hopen we weer nieuwe metingen te kunnen doen. De aanwezigheid van deze tiener lieveheersbeestjes belooft in ieder geval veel goeds. Zo zoekt de natuur zelf haar balans.
Nu lukt dat niet altijd. In stedelijke gebieden is de natuur vaak lang afwezig geweest: als je haar terugbrengt, heeft ze even tijd nodig om weer in evenwicht te komen. Soms krijg je dan met plagen te maken. Als dat gebeurt, zullen we niet direct ingrijpen. Eerst even rustig observeren. Daarbij hebben onze beheerders het voordeel dat ze wekelijks op hun vaste project aanwezig zijn, zodat ze goed kunnen monitoren en op tijd kunnen ingrijpen.
Lost het ecosysteem het zelf op? Zijn er natuurlijke vijanden? Bij bladluizen kun je naast (tiener) lieveheersbeestjes denken aan sluipwespen en vogels.
Zo helpen we de natuur haar balans terug te vinden
Als we merken dat er kleine halfronde hapjes uit bladeren zijn genomen, is de kans groot dat we met taxuskevers te maken hebben. Taxuskevers kunnen een paar jaar oud worden, zodat ze behoorlijk wat schade kunnen aanrichten. En hun larven zijn ook geen lieverdjes: die doen zich onder de grond tegoed aan de wortels van planten en struiken.
Om ze te bestrijden, gebruiken we aaltjes (nematoden). Die dringen de larven binnen en scheiden een bacterie af waaraan de larven sterven. Vervolgens kunnen de aaltjes zich voeden met de dode larven, waardoor ze sterker worden en zich voort kunnen planten om de taxuskever duurzaam te bestrijden.
En zo kunnen wij, met hulp van natuurlijke vijanden, de beplanting beschermen en het ecosysteem helpen om weer een natuurlijke balans te vinden.