
Sinds het prille begin van Blooming Buildings heeft Harry Pierik een groot aantal van onze bedrijfstuinen, stadsparken en gevelborders ontworpen. Met zijn unieke stijl weet hij ons en onze opdrachtgevers altijd te verrassen. Hoog tijd om hem aan het woord te laten.
‘Je bent een schilder, krijg ik vaak te horen. Nee, zeg ik dan, ik ben een beeldhouwer, die gepolychromeerde beelden maakt. Mijn materiaal bestaat uit alle planten die ik ken. Ik heb een enorme lijst van waaruit ik werk. Dat is mijn blok marmer.
Als ik aan een project begin, ga ik eerst ter plekke kijken. Ik zie meestal meteen allerlei mogelijkheden. Daarna kost het me uren om het beeld dat ik in mijn hoofd heb in elkaar te zetten. Dat doe ik door mijn blok marmer erbij te pakken: de lijst met planten, waarin ik ga hakken. Met mijn delete-knop als beitel. Zo weet ik zeker dat ik niets vergeet. Dan blijft er een kern over en daar ga ik vervolgens weer verder mee. Bijna wekelijks voeg ik nieuwe planten aan dat blok toe. Nieuwe cultuurvariëteiten. Die beter in ons klimaat passen. Of die minder last hebben van ziektes. Of die net een andere vorm hebben.
Al sinds mijn vroege jeugd heb ik een fascinatie voor de natuur. Mijn vader was beheerder van begraafplaats Bergklooster in Zwolle. Hij had het overgenomen van zijn vader en die weer van zijn vader. En nu is mijn broer beheerder, de vierde generatie dus. Ikzelf had altijd vooral oog voor het leven op de begraafplaats: als kind zag ik dat er zelfs op grafstenen bloemetjes konden groeien.
Toen ik twaalf was, wilde ik eigenlijk naar de tuinbouwschool. Maar de hoofdmeester zei: je bent een geboren onderwijzer. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor, want daardoor heb ik op het gebied van groenvormgeving nooit iets hoeven afleren. Ik heb mijn eigen stijl en visie kunnen ontwikkelen met mijn eigen gevoel voor esthetiek.
Ik heb altijd tuinen ingericht. Op mijn zeventiende, terwijl mijn vrienden met brommers zaten te rommelen, maakte ik van het stuk eikenbos achter mijn ouderlijk huis een plantentuin die er nu nog steeds staat. Wanneer ik door Zwolle liep, veranderde ik in mijn hoofd de tuinen waar ik langs kwam. In 1983 verhuisden mijn vrouw en ik naar de plek waar we nu nog steeds wonen. Aan onze tuin zat een andere tuin vast die verwaarloosd was. Na een paar jaar kon ik die overnemen. Zo heb ik er langzaam maar zeker een soort persoonlijk paradijs van kunnen maken, uit pure passie.
Destijds werkte ik in het onderwijs, op een basisschool. Het lesgeven vond ik leuk, maar al het gedoe eromheen begon me steeds meer tegen te staan. Bovendien zocht ik meer uitdaging en had ik het gevoel dat ik veel meer kon. Aan het begin van deze eeuw besloot ik dan ook de stap te zetten en tuinontwerper te worden.
(Tekst gaat verder onder de video.)
Harry Pierik over zijn unieke stijl.
Ik ga zoveel mogelijk uit van vloeiende lijnen. Liefst geen rechthoeken en cirkels, dat zijn geometrische figuren en die zitten in je hoofd. Je hoeft er dus eigenlijk niet meer naar te kijken om te zien hoe de lijnen lopen. Maak je de vormen organisch vloeiend, dan kan zich een tijdloze tuin ontwikkelen waar je nooit op uitgekeken raakt. Maar soms, als je bijvoorbeeld in een beperkte ruimte bepaalde vormen moet volgen, zoals bijvoorbeeld bij bakken of geveltuinen, dan ontkom je er niet aan. Dan moet je het op een andere manier laten vloeien.
De compositie, de vorm, de opbouw, dat is het belangrijkste. Als de vorm 1 is, dan is kleur 1a en textuur 1b. Geur komt op 2. Allemaal zintuiglijke zaken, maar het begint dus met de vorm.. Er worden wel heel veel tuinen gemaakt die mooi van kleur zijn, maar de vorm is dan vaak minder sterk. Te rechthoekig. Niet mooi van opbouw. Mijn tuinen, hoe groot of hoe klein ook, zijn altijd zorgvuldig gecomponeerde, rijk gedetailleerde eenheden. Hoewel al mijn tuinen verschillen, zijn ze altijd herkenbaar.
Wat ik niet doe, is met grote groepen werken. Ik ben geen vakkenvuller. Handig in een kwekerij, maar in een tuin wil ik meer. Ja, wordt er dan soms gezegd, grote groepen, dat tóónt toch meer? Wellicht, maar als je het gezien hebt, heb je het wel gezien. Terwijl je bij een rijk gedetailleerde eenheid steeds iets nieuws ontdekt. Daar raak je nooit op uitgekeken. Bij mij gaat er in ieder seizoen als het ware een ander lampje branden. Verschijnen er ineens takken in een bepaalde kleur. Of zie je plots een zekere bloei in de winter. De vorm is er, de details veranderen. Bloei. Takken. Blad. Zo speel ik met afwisseling. En soms zeggen mensen dan: ja, maar die kleuren vloeken en dit mag niet en dat mag niet. Onzin, vloek er maar op los. Althans, met kleuren. Onthoud dit: in de natuur zijn alle kleurencombinaties mogelijk.
In 2015 ging de telefoon. Tanja, die ik toen nog niet kende, vroeg mij of ik in Amsterdam een uitgaansgebied zou willen inrichten als voorbeeld voor stedelijke vergroening. Om in een beperkte ruimte maximaal resultaat te behalen. Dat was de omgeving van de Reguliersdwarsstraat. Daarna kwamen allerlei andere projecten. Grote en kleine. Het Radboudumc in Nijmegen, de Inktpot in Utrecht, het Groothandelsgebouw, Winkelcentrum IJburg. Samen met Blooming Buildings werken we aan de landschappelijke vormgeving en bepalen we de gewenste sfeer. Daarna bouw ik het op met een rijk gedetailleerde eenheid van beplanting.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding.)
Harry Pierik bij de aanleg van de Inktpot in Utrecht.
Zelf ben ik vooral met privétuinen bezig, de projecten van Blooming Buildings zijn heel anders. Maar juist in steden is beplanting ontzettend belangrijk. Ten eerste omdat het voor verkoeling zorgt. Wat nodig is in de hete zomers, die in aantal toenemen. Punt twee: de afwatering. Geveltuinen en plantvakken zorgen ervoor dat het water weg kan en wordt opgenomen door planten. Zeer nodig, want ook met wateroverlast krijgen we steeds meer te maken. Punt drie: mensen worden gelukkiger als ze in een groene omgeving wonen. Op mij heeft de natuur héél veel effect, op anderen misschien iets minder. Maar als wij ergens bezig zijn, krijgen we altijd heel goede reacties en is men heel enthousiast dat we er iets moois van maken. Mensen voelen zich er senang bij.
En dan is er natuurlijk nog de biodiversiteit. Ik houd altijd rekening met insecten, vogels en kleine zoogdieren. Mijn werkwijze is all inclusive. Ik gebruik geen kunstmest, hooguit, waar nodig, wat natuurlijke meststoffen. Ik zorg voor een goed bodemleven, zodat planten zich op natuurlijke wijze kunnen ontwikkelen. Want de grootste bemester is dat gele ding aan de hemel: de zon zorgt ervoor dat fotosynthese plaats kan vinden en dat planten zetmeel aanmaken. Biodiversiteit is een proces van de natuur. Wij maken geen biodiversiteit, maar kunnen wel de voorwaarden scheppen om dat proces op gang te brengen. En als je zo dicht en zo divers beplant als ik, doe je precies dát. Ik heb eigenlijk nooit anders gedaan, maar doe het nu bewuster.’
——