Blooming People: Tobias Witteveen
Hij combineert een stevige achtergrond in Milieukunde en Future Planet Studies met jaren ervaring bij een vooraanstaand consultancybureau. De ideale basis om de vergroeningsidealen van Blooming Buildings naar de zakenwereld te vertalen. Hoog tijd om projectmanager Tobias Witteveen aan je voor te stellen.
“Via een ommezwaai ben ik in de consultancy terechtgekomen. Ik deed mee aan een kickstartprogramma, waar heel veel ruimte was om zelf je route te vinden. Leuk, dacht ik, dan kan ik iets met duurzaamheid beginnen. Ik heb Future Planet Studies en Milieukunde gestudeerd, waarin je duurzaamheidsvraagstukken met bedrijfskunde combineert. En in de praktijk was ik als consultant weliswaar met heel gevarieerde thema’s bezig, maar niet met dat wat mij intrinsiek interesseert.
Een tijdje geleden was ik op een klimaatconferentie en werd ik als het ware teruggeworpen in de schoolbanken. En ik dacht: o, dit herken ik weer, hier kan ik écht waarde toevoegen! Bij het consultancybureau voelde ik mij toch als een vis op het droge. Vervolgens wees een collega me op Blooming Buildings en de puzzelstukjes vielen op hun plek. Ik herkende me volledig in de visie om een katalysator van stedelijke vergroening te willen zijn. En om in 2035 elke straat in elke stad groener te maken. Los daarvan wilde ik vroeger altijd architect worden. Dat is er nooit van gekomen. Maar nu kan ik me zijdelings toch bezighouden met architectuur.
Tijdens COVID heb ik het tuinieren ontdekt. Ik woon in Amsterdam, aan een van de drukste straten van de stad. En dat is hartstikke leuk, maar je hebt ook natuur nodig. In Amersfoort, waar ik ben opgegroeid, zit je binnen vijf minuten in het bos. Als ik bij mijn ouders kom, daalt er een rustgevoel op me neer. Dan kan ik weer gronden. Letterlijk aarden. Onbewust wilde ik dat denk ik ook in mijn dagelijks leven.
Vanuit mijn studie heb ik geleerd om duurzaamheid integraal en interdisciplinair aan te pakken. Als Blooming Buildings gebruiken we beplanting om hittestress tegen te gaan en water op te vangen en vast te houden. Tegelijkertijd gebruiken we de kracht van de natuur om de volksgezondheid en de biodiversiteit te bevorderen. We creëren groene hubs tussen tuinen, parken en bossen. Oftewel: we denken niet alleen na over dat ene stukje groen, we denken in ecosystemen.
Als consultant leerde ik herkennen waar organisaties naartoe willen en hoe je dat vertaalt naar een goede storyline. Dat je met stadsnatuur economische waarde creëert, is voor mij persoonlijk minder belangrijk, maar het is wel een heel goed verhaal. Want dat is het mooie van de boodschap van Blooming Buildings: alles gaat groeien als je stadsnatuur de ruimte geeft. De gezondheid, de biodiversiteit en het klimaatadaptieve vermogen, maar ook de financiële waarde van de stedelijke omgeving.
Naar mijn idee moeten we anders naar groei gaan kijken. Meer agnostisch. Dat wil zeggen dat niet economische groei het doel is, maar onze eigen gezondheid en de gezondheid van de planeet. Je merkt aan alles dat het systeem uitgeput raakt: we lopen tegen de planetary boundaries aan. Grondstoffen raken op, er is te weinig water, we kunnen de klimaatrampen niet aan. Voor mij is dat de hoofdzaak: hoe kunnen we klimaatverandering tegengaan en de samenleving op een toekomstbestendige manier inrichten? Met Blooming Buildings kan ik daar een substantiële bijdrage aan leveren.
Kijk, ongeveer de helft van de wereldbevolking woont in steden. De komende dertig jaar stijgt dat naar 70%. Er komt dus alleen maar meer druk op op het systeem. We moeten ons gedrag veranderen. Maar daarvoor moeten er drie dingen gebeuren. Eén: we moeten ons realiseren dat voorkomen beter is dan genezen. Je wilt de pijn voor zijn. Kijk naar Valencia. Na de heftige overstromingen begrijpt iedereen dat er iets moet veranderen. Hoe zorg je ervoor dat de mensen hier die urgentie ook voelen? Twee: we moeten tot het inzicht komen dat het niet zo moeilijk is om die tegel te wippen en die klimplanten te planten. En drie: we moeten het idee hebben dat we ergens naartoe werken. Dat er successen zijn. Kijk naar Parijs: dat was een van de meest vervuilde steden van de wereld. En nu is het een voorloper in vergroening. Auto’s eruit, planten erin.
We zitten midden in een transitie. En er is nu wel backlash, de politieke wind is wereldwijd naar rechts gegaan en klimaat is enigszins van de agenda afgevallen. Maar als je uitzoomt en je kijkt naar tien jaar geleden: toen ik begon met studeren was klimaat toch nog wel een geitenwollensokkentopic. Maar inmiddels probeert iedereen z’n steentje bij te dragen. Wellicht kijk je over vijf jaar terug en denk je: kijk waar we nu staan! Zijn we toch maar weer mooi een stuk opgeschoven in onze bewustwording.”